top of page
  • Writer's picturemaster letterfretter

Letterfretter vraagt: interview over Lowie en leesvoorkeuren

Updated: Feb 13, 2023

Ik kreeg het recensieboek “Lowie. Van de vogel en de dief” toegestuurd van uitgeverij Pelckmans en begon hier met veel enthousiasme aan. Na 100 pagina’s werd duidelijk dat dit type boek ver buiten mijn comfortzone ligt. Ik hou van heldere, straight-to-point en actiegerichte verhalen. Dat maakte het voor mij moeilijk om er een onderbouwde recensie over te schrijven. Dus ging ik op zoek naar een oplossing. Via Pluizer.be ken ik Sigrid, zij heeft een leesvoorkeur die meer aansluit bij Lowie en wilde graag dieper ingaan op het boek. Deze blog is een verslag van ons gesprek.



Sigrid kent de andere boeken van Stefan Boonen via de Leesjury en vond de boekenreeks van “Opa en …” voor kleuters heel goed. Bovendien heeft mijn gesprekspartner sinds 2018 een eigen blog “Met andere woorden” waar gedachtenspinsels en impressies over literatuur

aan bod komen. Dit wordt een duogesprek over het boek “Lowie” van Stefan Boonen, maar ook over leesidentiteit en de rol van de (volwassen) recensent.




Het boek Lowie

Sigrid: Het verhaal deed mij denken aan de “De vindeling van Wammerswald”, een ander boek van Stefan Boonen. Daar gaat het eveneens over een jong meisjes dat uniek is en iets teweeg brengt in een gemeenschap. In “Lowie” wordt er zelfs verwezen naar de Wammerse heuvels, dus de echo is soms ook letterlijk te nemen. Ik vond “Lowie” wel een mooi boek. Het is een warm verhaal, waarbij je het beste hoopt voor het hoofdpersonage, ze wekt heel makkelijk sympathie op bij de lezer. Het fijne is ook dat Lowie zich tijdens haar persoonlijke tocht ontwikkelt, zoals ze zelf zegt van een ‘huismus’ naar een ‘vogel die uitvliegt’. Vogels zijn trouwens een mooi element in het boek, dat begint al bij de ondertitel. En de nieuwe mensen die ze leert kennen appreciëren haar persoonlijkheid. Het boek is ook taalrijk, met originele beeldspraak. Ik kan echt genieten van mooie zinnen. Ik vind het belangrijk dat jonge lezers in aanraking komen met mooie taal. Zo hoop ik dat ze al dan niet bewust deze taal oppikken.


Bijvoorbeeld: “Het landschap lijkt op de deken van haar bed. Ook gemaakt van lapjes: er zijn graslanden, veldjes met donkergroene raggel, brokkelmuurtjes, stroken zand, bosjes, heggen. (…) Alsof een reus met dikke vingers strepen in het land heeft getrokken.”

Bij het binnenkomen van het bos lijkt ze een beetje verloren en zegt ze: “Het voorbije uur was het of de bomen haar voor gek hielden. Alsof ze met zijn allen steeds een eindje naar achter schoven. Pak me dan, als je kan.”


Haar oma heeft haar altijd verteld dat het aantal hartslagen van een mens beperkt is. Maar dan ontdekt ze zelf iets veel belangrijkers: “Oma, je moet niet de hele tijd voorzichtig zijn! Neen, elke hartslag telt. Elke hartslag is … bijzonder.”


Annemieke: Welke sfeer wordt er opgeroepen in het verhaal?


Sigrid: Lowie praat veel in haar hoofd en het verhaal lijkt zich af te spelen onder een soort stolp vanop een afstandje. Het is geen echte fantasiewereld zoals in fantasy literatuur maar ook niet de wereld zoals wij die kennen. Hij lijkt wel op onze wereld maar het is toch een ‘andere’ ‘aparte’ wereld die in mijn ogen niet helemaal is uitgewerkt. Lowie kan ‘vliegen’, en er zijn Klovers en Pokdalers. Ik vroeg mij dan af: Wie zijn die Klovers dan, wat doen ze, waarom zijn ze daar?


Op een bepaald moment steelt Lowie eten en daarna de laarzen van de Kommissaar, en moet ze naar de gevangenis. Dat kwam nogal extreem over. Dat de familie Simmer, waar ze woont en werkt, als slechteriken worden afgeschilderd is te begrijpen maar de overijverige Kommissaar neigt naar het karikaturale, en doet ook wat denken aan de commissaris uit “De vindeling van Wammerswald”.


Annemieke: Hoe eindigt het verhaal (pas op spoiler)?


Sigrid: Het echte einde van het verhaal komt al meteen op de eerste pagina’s aan bod en dan nog eens opnieuw op de laatste pagina’s. Lowie heeft een overgevoelig hartje (zoals een kolibrie) dat te snel klopt en aan het eind zijn zogezegd haar hartslagen op. Opnieuw een heel mooi beeld. Op dat moment ensceneren de dorpelingen samen met haar haar dood. Zo kan ze vluchten van iedereen die het slecht met haar meent en een nieuw leven beginnen.


Annemieke: Het is een conceptueel boek, waarbij het hoofdpersonage Lowie (kort voor Louise) beschouwend kijkt naar haar leven en de gebeurtenissen. Voor welke soort lezer is dat bedoeld, kan je je afvragen? De NUR-codes zeggen 7+ en 9+ en Lowie is zelf 11 jaar.


Sigrid: Als volwassene heb ik ervan genoten, maar lagereschoolkinderen houden meestal van avonturen, spectaculaire actie, grappige verhalen … Een dikker boek met een trager tempo en moeilijker thema is niet voor iedereen weggelegd. Ik merk dat ook als begeleider van de Leesjury groep 3 (8-10 jaar dus 3de en 4de leerjaar). Zij gaan vooral kijken naar de cover van het boek en de korte inhoud op de achterflap. Die zijn beiden bij Lowie heel mooi, maar niet zo duidelijk waarover het verhaal zal gaan. En dat is net wat een kind zal overtuigen.


Kinderen moet vlot kunnen lezen, voldoende rijp zijn, pienter en “denkers” om mee te kunnen met het boek. Voor de gemiddelde 7-jarige of 9-jarige zijn de avonturen net niet boeiend of dynamisch genoeg om hem of haar mee in het verhaal te trekken. Door het beschouwend karakter verdwijnen de avonturen wat naar de achtergrond en mist het geheel wat scherpte. Lowie is als hoofdpersonage ook een diepe denker, maar hoe realistisch is dit op 11 jaar?


Annemieke: We kunnen het dan zien als een ‘nicheboek’, een boek dat niet voor iedereen is maar eerder voor een select publiek. Zo’n boeken moeten er ook zijn, zeker en vast. Maar als volwassen recensent moet je het potentiële doelpubliek, in dit geval jonge lezers, ook in het achterhoofd houden. Dit kan je doen door de vinger aan de pols te houden tijdens de Leesjury of bij het voorlezen op school, thuis en in de bibliotheek.


Lowie: voorlezen (in de klas) Lowie leent zich tot voorleessessies in een klassituatie, mits een breder kader rond de emoties en beeldspraak in het boek.

Verschillende type lezers

Annemieke: Ik hou van prentenboeken, thrillers en romans met duidelijke taal. Jij houdt ook van prentenboeken, maar evenzeer van poëzie en historische romans. Zo is dat bij kinderen ook. Sommige kinderen houden van spanning, mysterie, humor, weetjes … en ook op vlak van vormgeving en illustraties word je als kind niet tot hetzelfde aangetrokken als je leeftijdsgenootjes. Mijn dochter vond vroeger de boeken van Geronimo Stilton een verschrikking, terwijl die heel populair waren bij de klasgenoten. Voor haar was dit rommelig, te druk, te verwarrend, bood het onvoldoende structuur, … Dus wij deden haar daar geen plezier mee. Belangrijk is om op zoek te gaan naar thema’s en soorten boeken die bij jouw kind passen. Pas dan gaan ze de ‘fun’ ervan inzien.


Sigrid: Over populaire boeken gesproken: een van mijn dochters hield echt niet van ‘Lampje’ die zeer geliefd was bij volwassen recensenten en een bestseller werd. Ze vond er niets aan.


Als kind was ik zelf wild van Hasse Simonsdochter. Ik wilde haar echt zijn en denk daar jaren later nog met plezier aan terug. Voor kinderen is het belangrijk om zich te kunnen identificeren met hoofdpersonages, zelfs al hebben die superkrachten, dan kan het nog geloofwaardig zijn.


De rol van de recensent (conclusie)

Als recensent moeten wij ons steeds bewust zijn van onze rol. Wij zijn ten eerste volwassenen die boeken lezen die bestemd zijn voor kinderen. Wat wij ervan vinden is al subjectief, maar wat een kind van die doelgroep ervan vindt is dan nog een andere zaak. Wat vindt de doelgroep leuk, wat lezen ze graag, is een verhaal in romanvorm al iets voor een lagereschoolkind? En bovendien is zoals eerder gezegd niet elk kind daarin hetzelfde.

Dus, ouders en leerkrachten: ga op zoek naar wat past bij dat ene kind. Het zal er een leven lang plezier van hebben.


133 views

Recent Posts

See All

Comments


Post: Blog2_Post
bottom of page