Letterfretter vraagt: interview met illustrator Leo Timmers

Updated: Oct 29


Biografie

Naam: Leo Timmers

Leeftijd: 52 jaar

Nationaliteit: Belgisch, woont in Brussel

Job: Prentenboekenmaker

Awards: Boekenpluim, Boekenpauw, Prijs van de Kinder- en Jeugdjury 7 keer in totaal, Prentenboek van het jaar (2019), New York Times 10 best geïllustreerde boeken.











Hoe is het allemaal begonnen?

Als kind tekende ik al heel veel, vooral strips. Na mijn studies Grafische Vormgeving in 1992 wist ik niet meteen wat te doen. Ik hoorde dat een uitgever in Hasselt een toonmoment organiseerde voor illustratoren. Dat leverde me een proefdracht op en mondde uit in een eerste publicatie. En zo was ik vertrokken. Ik deed in het begin veel opdachtwerk voor de tijdschrifen van Averbode en boeken voor allerhande uitgevers. Rond 2000 begon ik voor De Morgen, Knack en vooral HUMO te werken. In die periode bedacht ik ook mijn eerste verhaal zelf. "Blij met mij" was het resultaat, en ik won er een Boekenpluim mee. Enkele jaren later maakte ik "Wie rijdt?" dat internationaal aansloeg en na 15 jaar nog steeds in druk is. Sindsdien ben ik me bijna volledig gaan toeleggen op het maken van prentenboeken.


Wat komt er nog aan?

Mijn nieuwste boek heet "Het monstermeer" en verscheen nu net op 4 oktober. Heel spannend is dat weer.


Letterfretter las al “De lieve krokodil” (4*), “Het eiland van Olifant” (4*), “Aap op straat” (4*), “Een huis voor Harry” (3*), “Garage Gust” (4*) en “Kraai” (5*). De lange lijst en hoge scores zeggen genoeg, denk ik!


9 vragen aan de auteur


1. Dieren vormen de rode draad doorheen jouw kinderboeken, maar is er inhoudelijk ook een rode draad?

Ik denk het wel, bepaalde thema’s komen vaak terug. Zo is er bijvoorbeeld het belang van de gemeenschap tegenover het individu. Dat zit in "Het eiland van Olifant", waar er letterlijk een gemeenschap gevormd wordt, maar ook in "De Lieve krokodil", "Kraai" en "Een huis voor Harry". In "De lieve krokodil" vormt zich op de rug van de krokodil een groep dieren die uiteindelijk samen een leeuw verslaan. Ik ben nogal doordrongen van het idee dat we ons als mens moeten organiseren om vooruitgang te maken, want alleen zijn we machteloos.

Een ander terugkerende thema is verbeelding, en dat komt vooral tot uiting in het creëren en bouwen van allerhande dingen. Of het nu Gust is die een voertuig ombouwt, Olifant die een eiland maakt, of Sam die een robot in elkaar steekt: allemaal creëren ze iets waardevols uit alledaagse spullen.

En zo zijn er nog wel meer thema’s aan te duiden. Ik hou ervan meerdere lagen in een verhaal te stoppen, al mag het de visuele kracht en het kijkplezier niet in de weg staan.

In de eerste plaats moet een boek spannend, verrassend en grappig zijn.


2. Is het een bewuste keuze om heel wat verhalen zelf te schrijven en illustreren?Het was een noodzaak. Na jarenlang verhalen van anderen te illustreren werd de drang om zelf te gaan schrijven alsmaar groter. De verhalen die ik kreeg waren prima, maar het was niet wat ik zelf wilde vertellen. Meestal kon ik met die verhalen ook visueel weinig doen. Uiteindelijk besefte ik dat ik helemaal geen illustrator was, of toch geen goede! Ik ben niet goed in het ‘illustreren’ van een verhaal. Mijn kracht ligt in het vertellen van een verhaal met beelden. Dat is precies het tegenovergestelde van illustreren. Tekst komt pas in een tweede stadium, of wordt zelfs helemaal weggelaten.


3. Ga je daarnaast ook op zoek naar auteurs om mee samen te werken of vinden zij jou?

Ik word regelmatig gepolst door auteurs, maar ik heb te veel eigen ideeën die ik nog wil uitwerken. Toch zijn er een aantal auteurs met wie ik heel graag zou willen samenwerken. Ik zou er dan graag een échte samenwerking van maken, met een kruisbestuiving van teksten en beelden.


4. Kan je wat meer vertellen over jouw technieken om te illustreren?

Ik schets nog steeds alles op papier, met potlood. Ik maak stapels schetsen voor ik begin te schilderen. Dat schilderen is dan met acrylverf, dat is de laatste jaren mijn vast medium geworden. Om effecten en texturen te genereren, blijf ik wel nieuwe manieren zoeken. Ik probeer het toeval een alsmaar grotere rol te geven in de totstandkoming van een werk. Elk boek vraagt ook wel om een andere aanpak.

Voor 'De lieve krokodil' leek het me tof om de zandwolkjes met airbrush te doen.

Voor mijn nieuwste boek, 'Het monstermeer', heb voor het eerst gewerkt met spuitbussen om troebele waterpartijen tot leven te laten komen. Ik heb in mijn atelier zelfs een spuitcabine gebouwd om dat voor mekaar te krijgen. Het spuiten van verf leverde interessante, onvoorspelbare effecten op.


5. Zijn jouw technieken of is jouw stijl geëvolueerd doorheen de tijd?

Ja, doorheen de jaren is mijn stijl heel erg veranderd. Mijn eerste boeken zijn onherkenbaar anders. Ik werd toen beïnvloed door andere tekenaars, en dat was duidelijk te zien. Het begin was allemaal in een soort Quentin Blake stijl, met pen en waterverf, maar dat ging me na een tijd tegenzitten. Ik heb dan een hele tijd met kleurpotlood en gouache gewerkt, en uiteindelijk belandde ik bij acrylverf.

Mijn stijl evolueerde doorheen de jaren van een spontane, krabbelige stijl naar een vormelijkere, plastische stijl. Het was een heel organisch proces, maar het duurde een tijd voor ik mijn eigen stem gevonden had. Maar plots was die er wel, een stijl die samenvalt met wie je zelf bent.


6. Waar haal je jouw inspiratie?

Dat is een moeilijke vraag, ik weet eigenlijk niet waar mijn inspiratie vandaan komt. Voor mij is dat ook niet het juiste woord. Het is simpelweg "werken". Maar waar ideeën vandaan komen, dat is echt een mysterie. Soms kan ik achteraf linken leggen met mijn eigen leven, en vooral met mijn kindertijd, maar dat blijft speculatie.

Maar het moment dat een idee zich vormt in je hoofd en op papier, dat behoort tot de mooiste momenten van het hele creatieproces. Magisch! Wist ik maar waar die ideeën vandaan kwamen, dat zou alles een stuk makkelijker maken!


7. Heb je inspraak in wat de drukker met je tekeningen doet?

Als je je vak serieus neemt stopt je niet bij het creatieve proces. Alles wat daarna gebeurt is minstens zo belangrijk. Daarom volg ik het volledige drukproces nauwgezet op. Van het scannen en de eerste proeven tot het drukken. Het is heel belangrijk om mensen met vakkennis te vinden, en die heb ik intussen gelukkig gevonden. Een gedrukt boek ziet er nooit uit zoals ik het geschilderd hebt. De kunst is om het zo dicht mogelijk te benaderen.


8. Lees je zelf veel?

Ik lees graag, maar traag en te weinig. Als ik zelf aan een boek werk, dan kan ik me niet op lezen concentreren. Mijn hoofd zit dan vol met mijn eigen boek. Het liefst van alles lees ik romans, vaak tijdens de vakantie. Deze zomervakantie las ik ondermeer "De nietige miljoenen" van Jess Walter. Een fantastisch boek van een geweldige schrijver.

Prentenboeken lees ik helaas op een technische manier. Dat is echt beroepsmisvorming! Ik vraag me dan af waarom iets werkt of waarom niet. Waar zitten de gemiste kansen, de clichés, de fouten, of waarom is het zo fantastisch.


9. Wat is jouw favoriete kinderboek?

Ik heb zoveel favorieten en het wisselt voortdurend. Onlangs overleed Raymond Briggs en ik haalde zijn beroemde boek "The Snowman" nog eens uit de kast. Ik werd er weer helemaal door betoverd, meer nog dan de eerste keer. Hoe goed is dat toch! Er staat geen woord in, maar het zegt zoveel. Het deed me stilstaan bij het feit dat het samen die andere favoriet van me, "Where the wild things are", boeken zijn die zich in het hoofd van een kind afspelen. Bij Sendak is het wat complexer, maar in beide boeken staat de verbeelding voorop, met de nadruk op ‘beeld’.


Dank je wel Leo en veel succes met je boek Het monstermeer (en alle andere projecten)!


Meer weten over Leo Timmers?

https://www.leotimmers.com




123 views